Encyclopedie
Begrippenlijst

Open en flexibele integratievoorzieningen

Uit Triple A Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken


Voor een onderwijsinstelling moet het mogelijk zijn om alle betrokkenen van de instelling een persoonlijke flexibele geïntegreerde digitale werkplek te leveren. De digitale werkplek is een persoonlijke gebruikersinterface waarin alle softwarefunctionaliteit én informatie die voor een gebruiker relevant zijn, beschikbaar zijn. Het doel van een digitale werkplek is om werk efficiënt en effectief uit te kunnen voeren.

De digitale werkplek wordt vormgegeven door twee soorten integratie. Aan de voorkant, integratie van de gebruikersinterface. En aan de achterkant, zodat software achter de schermen samenwerkt. Voor integratie aan de voorkant gaan we in deze architectuur uit van het gebruik van een ‘portaal’ door de onderwijsinstellingen. Het portaal bundelt softwarefunctionaliteit in één geïntegreerde gebruikersinterface.

De toegang tot het portaal is beveiligd (authenticatie is nodig) en gepersonaliseerd (wat je ziet en kunt doen is afhankelijk van je rol). Elke onderwijsinstelling kan zijn eigen portaal inrichten. De functionaliteit van Triple A-software kan beschikbaar gemaakt worden via een portaal.

Naast integratie in de gebruikersinterface is integratie aan de achterkant noodzakelijk om een geïntegreerde digitale werkplek te creëren. Met integratie aan de achterkant bedoelen we dat het mogelijk gemaakt wordt dat los van elkaar ontwikkelde software (a) dezelfde gegevens kan gebruiken (geen dubbele invoer) en (b) samen kan werken om een organisatieproces te ondersteunen of uit te voeren. Voor achterkantintegratie gebruiken we een enterprise servicebus. Wat precies onder een servicebus wordt verstaan, wordt uitgelegd in de technische architectuur.

Bij de keuze van een portaal en servicebus zijn twee zaken essentieel. Om aan te sluiten bij de dynamiek van de organisatie moet het integreren van software flexibel plaats kunnen vinden. Software-integratie mag slechts een kleine barrière zijn bij verandering van werkprocesseneen werkproces is een afgebakend geheel van beroepshandelingen binnen een kerntaak. Het werkproces kent een begin en een eind heeft een resultaat en wordt als kenmerkend herkend in de beroepspraktijk. Een werkproces bestaat dus nooit uit één handeling of gedraging. Meerdere werkprocessen kunnen gelijktijdig lopen. Dat ze een begin en eind hebben wil niet per se zeggen dat ze na elkaar komen maar dat ze duidelijk te onderscheiden zijn van andere werkprocessen.. Voor flexibiliteit op de lange termijn is het belangrijk dat technologie wordt gekozen die werkt op basis van open standaarden.

Er zijn deelfuncties van software die wellicht niet flexibel en open integreerbaar zijn ‘aan de voorkant’ (met de hedendaagse technologie, en binnen de kaders van deze architectuur.) Dit zou het geval kunnen zijn bij interactie-intensieve functionaliteiten zoals, wellicht, functies om het roosterVerzameling individuele arrangementen gekoppeld aan middelen en voor een bepaalde periode in de tijd uitgezet. te maken en intensief te bewerken. Bovendien geldt dat een dergelijk functie over het algemeen door een zeer beperkt aantal medewerkers wordt gebruikt. Hiervoor kan een uitzondering worden gemaakt.

Het streven is om dit soort uitzonderingen te beperken.

Richtlijnen:

  1. Softwarefunctionaliteiten zijn flexibel integreerbaar in een portaal, zodanig dat de gebruiker de functionaliteiten als een afgestemd geheel ervaart wat betreft navigatie, uiterlijk en samenwerking tussen functies.
  2. Alle softwarefunctionaliteiten kunnen gemakkelijk ontsloten worden buiten hun organisatiedomein.
  3. Alle ontsloten softwarefunctionaliteiten worden informeel gespecificeerd (contractBindende afspraak tussen onderwijsinstelling en een externe partij omtrent het leveren van onderwijsproducten (scholing, opleiding of werkervaring).) en formeel gespecificeerd (interface specificatie) in een formaat dat publiceerbaar is in een raadpleegbaar centraal overzicht (repository).