Encyclopedie
Begrippenlijst

Integratie aan de voorkant middels een portaal

Uit Triple A Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken


Een portaal is een generieke voorziening voor een webgebaseerde, uniforme, geïntegreerde toegang tot informatie én functionaliteit (dus toepassingen) binnen een instelling. De toegang tot het portaal is beveiligd (authenticatie is nodig) en gepersonaliseerd (wat je ziet en kunt doen is afhankelijk van je rol).

Daarnaast worden applicatie-overstijgende faciliteiten geboden, zoals zoekfunctionaliteit en workflow-achtige faciliteiten. Het portaal wordt uiteindelijk een geïntegreerde user-interface waarin het onderscheid in verschillende achterliggende applicaties voor gebruikers steeds minder relevant wordt.

Daarnaast kan het portaal ook allerlei communicatie- en samenwerkingsfaciliteiten bieden (de zogeheten collaboration functionaliteit).

Zoals in de informatiearchitectuur gesteld is in deze architectuur het uitgangspunt dat onderwijsinstellingen een ‘flexibele geïntegreerde digitale werkplek’ moeten kunnen creëren. Het portaal is een belangrijk onderdeel dat dit mogelijk maakt. Het is de technische oplossing voor de ‘integratie aan de voorkant’.

Richtlijnen:

  1. Het portaal wordt ingericht als generieke voorziening die gebruikt kan worden door alle gebruikers binnen de instelling, en toegang geeft tot alle webgebaseerde faciliteiten binnen een instelling.
  2. Het portaal bestaat uit drie hoofdelementen
    • Nieuwsvoorziening
    • Communicatie en samenwerking
    • Applicatie-ontsluiting/werkprocesondersteuning
  3. Het portaal is er ten behoeve van alle doelgroepen
    • Primair ten behoeve van de deelnemers en medewerkers van de instelling
    • Daarnaast ook voor anderen, zoals BPVBeroeps Praktijk Vorming. Periode waarin de deelnemer bij een bedrijf beroepspraktijkvorming volgt. Dit is een verplicht onderdeel binnen elke beroepsopleiding. Het minimaal te volgen studiebelastingsuren aan BPV is vastgelegd in het kwalificatiedossier. Daarnaast wordt BPV ook ingezet binnen het proces van opleiden en vormen denk daarbij aan bijvoorbeeld de snuffelstages.-bedrijven, betrokkenen in projecten, contractonderwijs, toekomstige en oud-deelnemers etc.
  4. De scheiding tussen een internet site en het portaal is als volgt
    • Het internet is zonder authenticatie toegankelijk, de informatie en functionaliteit wordt ongeautoriseerd, en niet gepersonaliseerd aangeboden
    • Het portaal is alleen na authenticatie toegankelijk, de informatie en functionaliteit wordt op basis van rolgebaseerde autorisatie toegankelijk. Het portaal kan worden gepersonaliseerd.
    • Er is binnen een instelling bij voorkeur slechts één portaal.
  5. Portaalfunctionaliteit binnen specifieke applicaties wordt niet gebruikt.
  6. Applicaties maken gebruik van de authenticatie die op het portaal heeft plaatsgevonden (Single sign-on).
  7. De rol van de gebruiker is bepalend voor de toegankelijkheid van (een service van) een applicatie via het portaal.
  8. Het uitgangspunt is dat de gebruikers de via het portaal beschikbare functionaliteiten als een afgestemd geheel ervaren wat betreft navigatie, uiterlijk en samenwerking tussen functies. Softwarefunctionaliteiten moeten zodanig ontsloten worden dat deze gebruikerservaring te creëren is via elk van de in de markt meest gangbare portaaltechnologieën.
  9. Applicaties kunnen op twee manieren toegankelijk worden gemaakt vanuit het portaal
    • De applicatie biedt (web)services aan, die vanuit het portaal kunnen worden aangeroepen. Wanneer het een interactieve functie betreft, wordt er bij voorkeur een portlet of web-part ontwikkelt dat één of meerdere services integreert in een user-interface component op het portaal
    • De applicatie biedt webgebaseerde schermen aan, die vanuit het portaal kunnen worden aangeroepen.