Encyclopedie
Begrippenlijst

Eigenschap:Acties

Uit Triple A Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tekstwaarde.


Pagina's die de eigenschap “Acties” gebruiken

Er zijn 25 pagina's die deze eigenschappen gebruiken.

(vorige 25) (volgende 25)

A

Aanleveren gegevens keurmerk inburgeren +* Vaststellen welke gegevens (in betreffende jaar) aangeleverd moeten worden aan Blik op Werk. De voor het Keurmerk Inburgeren aan te leveren gegevens wisselen. De gegevensset is gedocumenteerd in de Handleiding Keurmerk Inburgering (zie Gegevens Keurmerk Inburgeren). Deze wordt steeds weer vernieuwd. * Verzamelen van de benodigde gegevens vanuit de kernregistratie deelnemergegevens (op individueel niveau). * Verzamelen van andere relevante gegevens, zoals aantal begeleiders en contractgegevens. * Samenvoegen verzamelde gegevens zodat ze gezamenlijk verder verwerkt kunnen worden. * Controleren gegevens op volledigheid en juistheid. * Als blijkt dat de gegevens niet volledig of juist zijn dan moeten de gegevens aangepast danwel aangevuld worden in de applicatie waaruit ze afkomstig zijn. * Eventueel bewerkingen op gegevens uitvoeren, zoals berekeningen en sorteringen. * Gegevens in gewenste rapport lay-out zetten. * Versturen rapportage: het handmatig overnemen van de gegevens (aantallen) uit de rapportage in een format op de beveiligde website van Blik op Werk. Daarvoor moet op de beveiligde site ingelogd worden met een inlognaam en wachtwoord. Het volledig ingevulde format op de beveiligde site kan beschouwd worden als een verstuurde rapportage. * De rapportage en het ingevulde format van de beveiligde website bij de onderwijsinstelling archiveren en beschikbaar stellen aan andere medewerkers van de onderwijsinstelling. * Administreren dat de rapportage verstuurd is. Bij het verzamelen en bewerken van gegevens en het lay-outen van het rapport moet op basis van eerder werk met gegevens en eerder gemaakte rapporten voortgebouwd kunnen worden.
Aanmelden (Use case) +* Deelnemer meldt zich aan : De aanmelding wordt gedaan door de deelnemer, bij de instelling. Er is vrij veel diversiteit in de inrichting van dit proces, en welke informatie wordt gevraagd in de aanmelding. Bij de lagere niveaus wordt de drempel om aan te melden bewust laag gehouden, door weinig gegevens te vragen. Over het algemeen wordt de volgende informatie gevraagd bij de aanmelding. :* Persoonlijke informatie :* Informatie van de ouder / verzorger / voogd :* Opleidingskeuze :* Vooropleiding : In aanvulling daarop kan een school gebruik maken van de voorziening van digitaal aanmelden van DUO. De student die zich wil aanmelden kan dan zijn gegevens die bekend zijn bij DUO meeleveren met de aanmelding. De student moet dan inloggen met zijn DigID. De school krijgt dan de volgende gegevens aangeleverd. :* Persoonsgegevens :* Nationaliteit :* Verblijfsstatus :* Gevolgde opleidingen :* Behaalde resultaten :* Nalevering van mutaties op gevolgde opleidingen en resultaten * Registreren aanmelding : Na ontvangst van de aanmelding controleert de administratief medewerker of de persoon al bekend is, de gegevens up-to-date zijn, dan wel een onderwijsproduct afneemt binnen de instelling. Is dat niet het geval dan registreert de administratief medewerker de ontvangen gegevens in het kernregistratiesysteem. Indien bekend, wordt ook het gewenste onderwijsproduct vastgelegd. * Versturen bevestiging van ontvangst Aanmelding : Met behulp van de geregistreerde gegevens wordt vanuit het kernregistratiesysteem een bevestiging van ontvangst van de aanmelding verstuurd naar de potentiële deelnemer. * Ontvangen doorstroomdossier : Als de aanmelding al bij de latende school bekend is, en de latende school heeft al een doorstoomdossier beschikbaar, dan kan al bij de aanmelding het doorstroomdossier worden opgevraagd middels de werkopdracht ‘Doorstroomdossier ontvangen'
Aanvragen examendeelname +Zie de beschrijving van het procesgebied ‘Leren’ in de procesarchitectuur examinering, te vinden op: http://kwaliteitsborging.examineringmbo.nl/pe20/leren/ [[Bestand:Aanvragen examendeelname.png]]
Aanvullen onderwijscatalogus tbv modulariteit +Om de onderwijscatalogus te kunnen gebruiken voor een specifieke toepassing is het noodzakelijk dat er voor die toepassing een module is gedefinieerd (zie use case [[Bepalen modulariteit]]). Op basis van deze module kan de onderwijscatalogus worden aangevuld met de metadata die voor de betreffende module vereist of gewenst is. De ‘spelregels’ voor het vullen van de metadata zijn in de betreffende module gedefinieerd. Wanneer de onderwijscatalogus wordt aangevuld voor een bepaalde module, dan worden alleen de relevante metadatavelden beschikbaar gesteld, en de vulling van alle velden wordt getoetst aan de eisen die daaraan vanuit de betreffende module worden gesteld. Deze aanvullende metadata wordt toegevoegd aan de bestaande metadatering van het onderwijsproduct of referentiearrangement. Deze metadata worden daarbij getoetst aan de eisen die zijn gesteld in de opdracht voor de ontwikkeling van het betreffende onderwijsproduct of referentiearrangement.
Afhandelen niet planbare arrangementen +; Samenstellen van een nieuw of het herzien van een bestaand arrangement binnen het geëffectueerde rooster. Er zijn meerdere scenario’s denkbaar: :* Scenario 1: Een deelnemer heeft een leervraag waarvan het gehele arrangement niet planbaar is, omdat er bijvoorbeeld maar één deelnemer voor de opleiding is. De begeleider en deelnemer zoeken dan in de onderwijscatalogus naar mogelijke alternatieve opleidingen, op basis van de interesses van de deelnemer. Als er een alternatief gevonden is, wordt bekeken in het rooster (GRID) of deze opleiding ook in het geëffectueerde rooster gepland is. :* Scenario 2: Het arrangement van een deelnemer is niet helemaal gepland. Sommige onderwijsproducten kunnen niet worden aangeboden omdat er te weinig middelen zijn of omdat er te weinig deelnemers zijn. De begeleider en deelnemer zoeken dan in de onderwijscatalogus naar mogelijke alternatieve onderwijsproducten, op basis van de leervraag van de deelnemer. Als er alternatieve onderwijsproducten gevonden zijn, wordt bekeken in het rooster (GRID) of deze onderwijsproducten ook in het geëffectueerde rooster gepland zijn. Als dit het geval is, wordt gekeken of de alternatieve onderwijsproducten passen in het rooster van de deelnemer waarin de onderwijsproducten staan die wel zijn gepland. Voorbeelden zijn: een deelnemer volgt eenzelfde onderwijsproduct bij een andere groep of een deelnemer volgt een onderwijsproduct, welke gearrangeerd stond in een volgende periode. :* Scenario 3:Het arrangement van een deelnemer is niet helemaal gepland en er zijn niet voldoende of geen alternatieve onderwijsproducten zijn die aansluiten bij de geformuleerde leervraag. Er kan worden gekozen om onderwijsproducten toe te voegen die niet direct aansluiten bij de leerwens. Bijvoorbeeld: iemand uit een kappersopleiding kan een cursus boekhouden volgen. De deelnemer moet er dan op gewezen worden dat er studievertraging kan optreden. Ook kan de leervraag worden aangepast. :* Scenario 4:Het arrangement van een deelnemer is niet helemaal gepland en er zijn niet voldoende of geen alternatieve onderwijsproducten zijn die aansluiten bij de geformuleerde leervraag. De begeleider en de deelnemer kunnen besluiten dat de deelnemer op een later tijdstip de gewenste onderwijsproducten alsnog volgt en dat de wel te plannen onderwijsproducten alsnog worden gevolgd. ; Verwerken van de gewijzigde leervraag en/of arrangement in het systeem: Als de begeleider en de deelnemer overeenstemming hebben bereikt over de leervraag en/of het arrangement, moeten de wijzigingen in de leervraag en/of arrangement in het systeem worden gezet. Afhankelijk welke rechten een rol heeft in een instelling, kan de begeleider dit doen, of bijvoorbeeld een arrangeur of administratief medewerker. ; Effectueren rooster : Als de wijzigingen m.b.t. de leervraag en/of het arrangement in het systeem zijn verwerkt, kan de begeleider of roostermaker de deelnemer plaatsen bij de reeds geplande onderwijsproducten uit het geëffectueerde rooster. Het geëffectueerde rooster voor de deelnemer wordt wederom aan de deelnemer getoond. ; Accepteren rooster : Afhankelijk van de keuze van een instelling, kan een deelnemer het afgesproken rooster officieel nog moeten accepteren. Er wordt vanuit gegaan dat een deelnemer het rooster niet zal weigeren. :* Bij actieve acceptatie zal de deelnemer binnen de gestelde termijn (W) kenbaar moeten maken of het aangeboden rooster is geaccepteerd of niet. :* Bij passieve acceptatie zal het systeem na aflopen van de gestelde termijn (W) automatisch de keuze van de deelnemer op geaccepteerd zetten. ; Bevestigen acceptatie : Na de gestelde termijn (W) bevestigt de instelling de acceptatie van het rooster door de deelnemer. De deelnemer neemt deel aan de geroosterde onderwijsactiviteiten. ; Afhandelen afwijking leervraag en verbintenisgebied : Indien er een nieuwe leervraag is geformuleerd en de leervraag niet binnen het afgesproken verbintenisgebied van de deelnemer valt, dan zal de verbintenis met de deelnemer moeten worden gewijzigd. Om dit te regelen, gaat er een signaal naar de use case Adviesgesprek voeren. : Indien de deelnemer en de begeleider geen onderwijsproducten kunnen vinden die aansluiten bij de leerwens van de deelnemer, kan in het uiterste geval worden gesteld dat de verbintenis met de deelnemer moet worden beëindigd. Om dit te regelen, gaat er een signaal naar de use case Adviesgesprek voeren.
Arrangement specificeren +De acties die hieronder worden beschreven, kunnen op de volgende manieren door de genoemde actoren worden uitgevoerd: * Arrangeur gaat aan het werk op basis van de verkregen gegevens uit de use case Formuleren van de leervraag. * Arrangeren vindt plaats door de begeleider en (waar nodig) in samenspraak met de deelnemer. Dit sluit veelal aan bij de gegevens uit de use case Formuleren van de leervraag. * Deelnemer kiest zelf met behulp van een inschrijfsysteem of iets dergelijks. De onderstaande acties zijn geschreven naar de actor Arrangeur, maar kunnen ook door begeleider of deelnemer worden gedaan. ; Opstellen arrangement : Arrangeur haalt vastgelegde gegevens omtrent leervraag en eventuele andere wensen en voorwaarden op. Op basis van deze gegevens zoekt de arrangeur bijbehorende producten uit de onderwijscatalogus, waarbij rekening wordt gehouden met aanvullende eisen (volgorde, periode en voorwaarden). Wanneer er keuzemogelijkheden zijn, stelt de arrangeur verschillende alternatieven op. Het systeem signaleert eventuele conflicten (voorwaarden, wettelijke eisen) waarna de arrangeur kan bijstellen. Wanneer het arrangement niet te arrangeren is, kan dit tot gevolg hebben dat de leervraag wordt bijgesteld. : Het BPV-onderwijsproduct is een vrij generiek product, waarbij de randvoorwaarden zijn vastgelegd (KD) maar de feitelijke invulling gebeurt bij de BPV-matching. Op het moment van arrangeren kunnen twee situaties bestaan: ; De BPV-plaats is al ingevuld door het BPV-matchingsproces : :* vaak van toepassing in de BBL (BBL-deelnemers hebben meestal al een werkgever) :* wanneer het bedrijf zelf de deelnemers aandraagt :* wanneer er een ruim aanbod aan BPV-plaatsen is ; De BPV-plaats is nog niet ingevuld door het BPV-matchingsproces : In veel gevallen zal de feitelijke invulling met een BPV-plaats echter nog moeten plaatsvinden. Het ‘Arrangement specificeren’ en het ‘Roosteren’ kunnen gewoon uitgevoerd worden terwijl in het parallelle BPV-matchingsproces naar de invulling van een BPV-plaats wordt gezocht. ; Vastleggen randvoorwaarden deelnemer per onderwijsproduct : Een deelnemer heeft randvoorwaarden aangegeven bij het formuleren van de leervraag. Denk bij randvoorwaarden aan tijden van kinderopvang of aanvangstijden werk bij werkgever e.d., maar ook fysieke beperkingen zoals een rolstoel. De randvoorwaarden moeten echt betrekking hebben op het volgen of het afnemen van de onderwijsproducten. De arrangeur geeft de randvoorwaarden mee aan ieder gearrangeerd onderwijsproduct. : De randvoorwaarden van de deelnemer die betrekking hebben op de uitvoering van de BPV zijn bij het formuleren van de leervraag vastgelegd. Deze randvoorwaarden worden vervolgens in het matchingsproces meegenomen om een passende BPV-plaats te vinden. ; Controleren op normen voor onderwijstijd : De wettelijke normen voor onderwijstijd bepalen dat er een minimale hoeveel begeleide onderwijstijd (BOT) en BPV moet worden aangeboden over de gehele duur van de opleiding. Per opleiding kan de instelling bepalen hoe deze onderwijstijd over de jaren of perioden van een opleiding wordt verdeeld. De referentiearrangementen worden zodanig ontworpen dat aan die normen wordt voldaan. Het arrangement van een individuele deelnemer moet ook wordt gecontroleerd, of het past binnen de afgesproken normen voor onderwijstijd voor het betreffende jaar of periode van de opleiding. ; Vastleggen arrangement : De arrangeur maakt het arrangement in het systeem definitief. Als er gestart wordt met het roosteren, wordt dit arrangement meegenomen. ; Afhandelen niet te arrangeren leervraag : Een geformuleerde leervraag kan (deels) niet worden gearrangeerd. Een reden kan zijn dat aan een randvoorwaarde van de deelnemer niet kan worden voldaan. Een deelnemer kan niet op vrijdag, terwijl het onderwijsproduct alleen maar op vrijdag wordt aangeboden. Ook als een arrangement niet voldoet aan de wettelijke eisen, kan een leervraag niet worden gearrangeerd. Dan moet er via de werkopdracht Monitoren en Adviseren een signaal gaan naar de begeleider. Dan kan de begeleider opnieuw in gesprek gaan met de deelnemer om de leervraag aan te passen. NB dit kan alleen als er nog tijd is om een gesprek aan te gaan met de deelnemer, voordat het roosterproces start. Is dit niet het geval, zal er uiteindelijk een signaal gaan naar de use case Afhandelen niet planbare arrangementen (via de use case Effectueren rooster).

B

BPV-matching +Op het moment dat de deelnemer of de begeleider zelf al een BPV-plaats op het oog heeft dan selecteert hij deze uit het BPV-aanbod van de instelling. Na controle van het BPV bureau/de BPV coördinator neemt de deelnemer contact op met het leerbedrijf en wanneer van toepassing wordt de deelnemer gevraagd te gaan solliciteren. Een andere optie is om het systeem de opdracht te geven om mogelijke matches te onderzoeken. Op basis van het gekozen BPV-onderwijsproduct en de opgegeven randvoorwaarden doet het systeem een voorstel voor een of meer mogelijke BPV-plaatsen. De deelnemer/begeleider kan hieruit de geschiktste plaats(en) selecteren, rekening houdend met de eigen wensen en randvoorwaarden en de wensen en eisen vanuit het leerbedrijf (=eigenschap van de BPV-plaats). De begeleider vanuit de onderwijsorganisatie adviseert hierbij. Wanneer het systeem geen BPV-plaats vindt dan kan: * het BPV bureau actief in het bestand gaan zoeken en de eventuele knelpunten in overleg met het leerbedrijf proberen op te lossen (accreditatie, periode, etcetera), * de deelnemer zijn randvoorwaarden wellicht aanpassen, * de deelnemer/begeleider/BPV-bureau op zoek gaan naar een leerbedrijf/BPV-plaats en deze laten toevoegen aan het bestand, * de deelnemer zijn leervraag bijstellen door een ander onderwijsproduct te kiezen. Wanneer er een of meer BPV-plaatsen zijn geselecteerd checkt het BPV-bureau/de BPV-coördinator of de BPV-plaats daadwerkelijk (nog) beschikbaar is. Vervolgens wordt de deelnemer gevraagd contact op te nemen met het leerbedrijf om afspraken te maken en zo nodig te gaan solliciteren (=eigenschap van de BPV-plaats). Als de deelnemer, het leerbedrijf en het BPV-bureau alle drie akkoord zijn, kan de benodigde BPV-overeenkomst worden opgesteld (Werkopdracht Maak BPV-overeenkomst). Op het moment dat de partijen niet tot overeenstemming komen start het matchingsproces voor de deelnemer opnieuw.
Behandelen aanvraag middelen +; Ontvangen van de aanvraag : De resourcemanager of de roostermaker ontvangt een aanvraag voor een middel. Dit kan zijn een specifieke ruimte, een practicumlokaal, een lokaal al of niet uitgerust met bepaalde voorzieningen of een docent. ; Zoeken naar middel : Op basis van aanvraag wordt bepaald wat de selectiecriteria zijn waaraan gevraagd(e) middel(en) moet(en) voldoen (kenmerken bepalen). In de GRID wordt gezocht naar middelen die aan de gestelde selectiecriteria voldoen en beschikbaar zijn. Een middel is alleen beschikbaar als het niet voorlopig (optie) of definitief (gereserveerd) is vastgelegd. Een middel dat voor een nog te realiseren rooster beschikbaar is gesteld wordt ook gezien als een voorlopig vastgelegd middel. ; Middel aanbieden, wanneer het gevraagde middel beschikbaar is : Als het gevraagde middel beschikbaar is, wordt het gevraagde middel voorlopig vastgelegd (optie). Vervolgens wordt aan de aanvrager aangegeven dat het middel beschikbaar is en wordt gevraagd om een bevestiging van de reservering. ; Middel definitief reserveren : Na ontvangst van de bevestiging wordt het betreffende middel definitief gereserveerd. Hiermee is het betreffende middel definitief vastgelegd en de aanvraag afgehandeld. ; Bevestigen reservering : Ter bevestiging van de definitieve reservering wordt er een bericht gestuurd aan de aanvrager. De status van de aanvraag wordt vervolgens gesloten. ; Alternatief zoeken, wanneer het gevraagde middel niet beschikbaar is : Als het middel niet beschikbaar is, wordt gezocht naar een alternatief. Bij het alternatief kan worden gedacht aan een ruimte die bijvoorbeeld een afwijkende capaciteit heeft of een ruimte waarin extra (niet gevraagde) voorzieningen aanwezig zijn. Het alternatief kan ook zijn dat het gevraagde middel wel op een andere tijd beschikbaar is. Concreet worden hier de kenmerken aangepast en een nieuwe zoekopdracht in GRID geplaatst. ; Voorleggen alternatief : Het alternatief of eventueel meerdere alternatieven worden aan de aanvrager voorgelegd. De betreffende middelen worden voorlopig vastgelegd (optie). ; Middel definitief reserveren : Als het alternatief (of een van de alternatieven) wordt geaccepteerd, dan wordt het betreffende middel gereserveerd. Hiermee is het betreffende middel definitief vastgelegd. ; Bevestigen reservering : Ter bevestiging van de definitieve reservering wordt er een bericht gestuurd aan de aanvrager. De status van de aanvraag wordt vervolgens gesloten. ; Aanvraag afwijzen : Wanneer er geen alternatieven beschikbaar zijn of alle alternatieven zijn afgewezen, dan wordt de aanvrager op de hoogte gesteld dat de aanvraag is afgewezen. De status van de aanvraag wordt vervolgens gesloten.
Beheren BPV-bedrijfsgegevens +* Het BPV bureau geeft aan dat bedrijfs- / instellingsgegevens moeten worden toegevoegd/gewijzigd/verwijderd. * Het leerbedrijf geeft aan dat er gegevens gewijzigd zijn, zo mogelijk via externe toegang tot het systeem. Minimaal de volgende gegevens worden geregistreerd: * NAW gegevens leerbedrijf * eventueel moederbedrijf * eventueel detacheringsbedrijf (uitzendbureau) * accreditatie * aantal beschikbare BPV-plaatsen * contactpersonen * tekeningsbevoegd contactpersoon * contactpersonen ROC/eigenaarschap * bereikbaarheid (met OV)
Beheren BPV-plaats +Registratie van de BPV-plaats. Gegevens die worden vastgelegd zijn onder andere: * Verwijzing naar het leerbedrijf * De toepasselijke kwalificatiedossiers * Type BPV-plaats ** formatief *** oriënterende stage *** maatschappelijke stage *** taalstage ** summatief *** (verplichte) BPV, in dat geval tevens: *** kwalificatiedossier, accreditatiegegevens * Controle eventuele accreditatie/LeerbedrijfID * Als accreditatie ontbreekt, kan de instelling de benodigde accreditatie aanvragen middels het aanvraagformulier * Gegevens praktijkopleider/leermeester * Gegevens tekeningsbevoegde * Indicatie aantal beschikbare plaatsen * Beschrijving werkzaamheden/bedrijfscultuur * Mogelijk uit te voeren kerntaken/werkprocessen/taalniveau/rekenniveau (mogelijk aangeleverd via SBB/accreditatiegegevens) * Start/einddatum * Aantal SBU * Werktijden (Arbo) / dagen * Speciale wensen / voorwaarden / kledingvoorschriften / veiligheidseisen * Stagevergoeding / onkostenvergoeding * Mate van begeleiding * Mate van lichamelijke arbeid
Beoordelen en registreren competenties en kennis +; Beschikbaar stellen toetsmateriaal door de organisatie: De deelnemer stelt de te beoordelen producten beschikbaar aan de beoordelaar. Dit kan op verschillende manieren: :* de deelnemer levert een toets, een werkstuk of andere producten in :* de deelnemer geeft de beoordelaar toegang tot een verzameling gebundelde producten in zijn portfolio, middels de Werkopdracht beschikbaar stellen product uit portfolio ; Beoordelen : Voor de beoordeling is de relevante informatie uit de onderwijscatalogus behorende bij het product noodzakelijk. De beoordeling vindt plaats aan de hand van bij het product behorende beoordelingscriteria uit de productcatalogus. Dit kan betekenen dat de producten worden beoordeeld op het toepassen van de competenties waaraan het product gekoppeld is, of dat een bepaalde toetsmatrijs (een beoordelingsformat) wordt gebruikt. ; Vastleggen resultaten beoordeling : Het resultaat van de beoordeling wordt vastgelegd in een beoordelingsregistratie. :* competenties in een competentiematrix met eventueel als hulpmiddel een beoordelingsformat :* kennis in een cijferformat (voldoende/onvoldoende, 1..10, etc.) : De resultaten van de beoordelingen worden beschikbaar gesteld aan de registrant (bijvoorbeeld: resultaten uit stages c.q. van leerbedrijven) ; Signaleren noodzakelijke acties : Zo nodig (indien de beoordeling hier aanleiding toe geeft) in het begeleidingsdossier een notitie opnemen ten behoeve van de trajectbegeleiding (bv een suggestie om de planning aan te passen). Deze acties worden gesignaleerd middels de Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding. ; Beschikbaar stellen beoordeeld product : Het beoordeelde product (met de formele beoordeling) kan weer beschikbaar gesteld worden ter plaatsing in het portfolio. Dit gebeurt middels de Werkopdracht beschikbaar stellen beoordeeld product aan portfolio. De producten zijn in dat geval in het portfolio bevroren, zodat duidelijk is wat de exacte inhoud was van de producten die beoordeeld zijn.
Bepalen diplomarecht (Use case) +* De medewerker van het examenbureau heeft vanuit Tussentijds beëindigen verbintenis de opdracht gekregen om na te gaan bij de criteriumbank of de door de deelnemer behaalde summatieve resultaten en/of keuzedelen leiden tot kwalificerende documenten. * De medewerker van het examenbureau koppelt de uitkomst terug aan de begeleider ter bespreking met de deelnemer. * Indien de deelnemer recht heeft op een diploma of (bij AmvB vastgesteld) certificaat, geeft de medewerker van het examenbureau de werkopdracht diplomeren.
Bepalen modulariteit +Voor een concrete toepassing van de onderwijscatalogus wordt een module gedefinieerd. De definitie van een module bestaat uit de volgende informatie. * Omschrijving van doel en toepassingsgebied van de module * Identificatie van de metadatavelden die specifiek voor deze module gevuld moeten worden * Verzameling eisen die aan de vulling van de metadata en de inrichting van de onderwijscatalogus worden gesteld. Deze informatie kan worden gezien als een set configuratiegegevens, op basis waarvan vervolgens de onderwijscatalogus kan worden aangevuld (zie use case [[Aanvullen onderwijscatalogus tbv modulariteit]]).
Beschikbaar stellen doorstroomdossier +* Een deelnemer schrijft zicht uit en geeft aan bij een andere instelling zijn opleiding voort te zetten, of een andere opleiding te gaan volgen * De administratief medewerker registreert de aanmelding bij een andere opleiding en stelt het doorstroomdossier aan die instelling beschikbaar
Beschikbaar stellen loopbaangegevens +Verzoek komt binnen bij de administratief medewerker via de deelnemer, begeleider of manager onderwijs: * Identificatie vrager: Kennen we de vrager en is hij/zij degene voor wie zich uitgeeft? * Autorisatie: Mag de vrager dit verzoek indienen? De vraag is gespecificeerd: * welke deelnemer het overzicht betreft * de gegevens van vrager (aan wie het overzicht verstuurd moet worden) * het type informatiedrager (bijvoorbeeld papier, cd, e-mail, XML-bericht) waarmee de gegevens verstrekt moeten worden. Uit het kernsysteem haalt de administratief medewerker de volgende gegevens over de gevraagde deelnemer: * deelnemergegevens (bijvoorbeeld NAW) * afgenomen onderwijsproducten met de daarbij behorende gegevens uit de aanwezigheidsanalyse * wanneer op het overzicht de behaalde en de nog te behalen summatieve resultaten, gekoppeld aan beoogde kwalificatie moeten worden opgenomen, dan geeft de administratief medewerker de werkopdracht peilstok. Indien er nog geen bestaand rapport beschikbaar is, dan wordt er een rapport gedefinieerd via de rapportdefinitiebeheer. Indien, of zodra, er een rapport beschikbaar is, stelt de administratief medewerker het rapport samen tot een overzicht conform het type informatiedrager zoals in de aanvraag aangegeven (bericht/papier/overige media). Het overzicht wordt beschikbaar gesteld aan begeleider, deelnemer of manager onderwijs.
Beschikbaar stellen peilstokmeting +* Een verzoek heeft betrekking op een specifieke deelnemer, en een specifieke kwalificatie * De criteriumbank wordt bevraagd om de behaalde en de nog te behalen summatieve resultaten te presenteren, in relatie tot de kwalificerende onderdelen binnen de benoemde kwalificatie. Voor een kwalificatie in het mbo gaat het om de volgende kwalificerende onderdelen. ** Summatieve resultaten *** Beroepsgerichte examens *** Centrale examens taal en rekenen (houdbaarheid 2 jaar na uitschrijven) ** Keuzedeelverplichting ** Loopbaan en burgerschap ** BPV (in de kwalificatie) met positief resultaat afgesloten : Bij de te behalen resultaten biedt de criteriumbank ook de mogelijke alternatieven aan om te komen tot de benoemde kwalificering. : Kortom: wat is al wel en nog niet behaald ten opzichte van het gevraagde doel en op welke manieren kan het gevraagde doel worden bereikt. * Van het resultaat wordt een overzicht gepresenteerd.
Beschikbaarstellen onderwijsaanbod +* Beschikbaar stellen onderwijsproducten : Voor een nieuw of bestaand onderwijsproduct of referentiearrangement is gedefinieerd, moet worden bepaald of en wanneer het daadwerkelijk beschikbaar wordt gesteld. Dit is een afweging die van veel factoren afhankelijk is Voordat een onderwijsproduct of referentiearrangement beschikbaar gesteld kan worden, moet de metadata worden getoetst aan de eisen die zijn gesteld in de opdracht voor de ontwikkeling van het betreffende onderwijsproduct of referentiearrangement en de eisen die daaraan vanuit de relevante modules worden gesteld. : Het beschikbaarstellen wordt gedaan door de status te wijzigen in “Beschikbaar”, en de geldigheid te definiëren. * Beschikbaar stellen leermiddelenlijst : De leermiddelenlijst wordt apart vastgesteld, per opleiding en periode. Pas als de leermiddelenlijst is goedgekeurd is deze beschikbaar voor studenten en docenten, en kunnen de leermiddelen worden besteld.
Bestellen en betalen leermateriaal +Om het bestellen, betalen en leveren van leermateriaal mogelijk te maken zijn de volgende activiteiten noodzakelijk. ===Contracteren=== Voor elke leverancier waarvan leermateriaal op de definitieve leermiddelenlijst staat, moet een vorm van contracteren hebben plaatsgevonden, voordat het leermateriaal kan worden besteld, betaald en geleverd. :* De ketenregisseur voorziet de inkoper van relevante inkoopwensen (bijvoorbeeld aantallen, prijs, beschikbaarheid, moment van levering, periode van gebruik, etc.) :* Inkoper onderhandelt met leverancier, uitgever en/of distributeur :* Er zijn gemeenschappelijke afspraken gemaakt, bijvoorbeeld op het niveau van een gemeenschappelijke voorziening zoals MBO Cloud ===Inrichten materiaal in schoolomgeving=== Specifiek in het geval van digitaal leermateriaal is het ook noodzakelijk om de digitale schoolomgeving zodanig in te richten dat het leermateriaal daadwerkelijk gebruikt kan worden. :* De leermiddelenlijst wordt beschikbaar gesteld aan de beheerder van de schoolomgeving :* De beheerder van de schoolomgeving draagt zorg voor de koppeling met materiaal van de leverancier :* De beheerder van de schoolomgeving plaatst de koppeling in de schoolomgeving :* De beheerder van de schoolomgeving zorgt voor de juiste instellingen in de schoolomgeving zodat eventuele terugkoppeling van resultaten uit externe systemen (van uitgevers) in de schoolomgeving wordt gewaarborgd Wanneer deze activiteiten hebben plaatsgevonden, kan het bestellen, betalen en leveren voor een individuele deelnemer plaatsvinden. Dit omvat de onderstaande activiteiten. ===Publiceren bestelomgeving=== Voor de deelnemer of medewerker kan een bestelomgeving worden gepubliceerd met zijn gepersonaliseerde leermiddelenlijst. Deze gepersonaliseerde leermiddelenlijst bevat al het leermateriaal dat voor de betreffende deelnemer of medewerker de komende periode relevant is. Optioneel kan voor een onderwijsproduct een variatie aan leermaterialen worden aangeboden waaruit de deelnemer zelf kan kiezen. ===Bestellen en betalen (deelnemer en medewerker)=== Vanuit de gepubliceerde bestelomgeving kan de deelnemer of medewerker het leermateriaal daadwerkelijk bestellen en betalen. :* De deelnemer / medewerker maakt een keuze uit de gepersonaliseerde leermiddelenlijst in de bestelomgeving :* De deelnemer / medewerker bestelt de gewenste leermiddelen via de bestelomgeving. :* De deelnemer / medewerker kiest een betaalwijze via de bestelomgeving. :* De deelnemer / medewerker betaalt zijn bestelling. ===Leveren leermateriaal=== Nadat het leermateriaal besteld en betaald is, kan het daadwerkelijk geleverd worden door de leverancier (uitgever, distributeur, de instelling zelf etc.) :* De leverancier ontvangt de bestellingen vanuit de bestelomgeving :* De leverancier verifieert de betaling, of stelt vast dat daarvoor adequate afspraken zijn gemaakt :* Het leermateriaal wordt geleverd in de vorm die bij het materiaal past (fysieke levering, directe autorisatie voor het leermiddel, distributie van een activatiecode etc.), en op de manier waarop de schoolomgeving is ingericht

C

Construeren en vaststellen +Zie de beschrijving van het procesgebied ‘Construeren en vaststellen’ in de procesarchitectuur examinering, te vinden op: http://kwaliteitsborging.examineringmbo.nl/pe20/construeren/ [[Bestand:Construeren en vaststellen.png]]
Controle rooster realisatie +; Rapportages genereren : Er moeten rapportages worden gemaakt over het geplande onderwijsaanbod en het gerealiseerde aanbod. Dit kan door het systeem, omdat het geplande onderwijsaanbod en het gerealiseerde onderwijs bekend is. : Een rapportage over de kwaliteit van het onderwijsaanbod kan worden achterhaald door het houden van enquêtes/interviews etc. en deze te verwerken. In een rapportage staan worden de resultaten hiervan gezet. ; Analyseren uitkomst rapportages : De rapportages moeten worden geanalyseerd en worden besproken. Is er veel gepland onderwijs niet doorgegaan? Wat is hier de reden van? Hebben de individuele deelnemers voldoende onderwijs gepland in de beschikbare ruimte? Voldeed het onderwijsproduct aan de verwachting van de deelnemers? Waarom wel of niet? Heeft een onderwijsproduct bijgedragen aan het behalen van een kwalificatie? Waarom wel of niet? Etcetera. ; Omzetten van knelpunten naar concrete acties : Als er een negatief resultaat naar voren komt in de analyse van de rapportages, moet worden bekeken wat een reden kan zijn voor het negatieve resultaat en wat een oplossing zou kunnen zijn. Als er verbetervoorstellen zijn, worden er acties uitgezet.

D

Deelnemer accepteert rooster +; Versturen rooster of bericht over rooster : De deelnemer ontvangt van de roostermaker een individueel rooster voor een bepaalde vastgestelde periode op papier of digitaal of ontvangt een bericht dat het rooster kan worden ingezien. Het tijdstip van ontvangst van het rooster of bericht is instellingsafhankelijk, dit kan drie weken voor aanvang van een periode zijn, maar ook een week of een dag. Tevens krijgt de deelnemer de informatie over de vastgestelde geformuleerde leervraag, het vastgestelde arrangement, de vastgelegde randvoorwaarden en eventuele afwijkingen. ; Beoordelen rooster : Een onderwijsmanager kan tijdens het maken van het rooster de beslissing hebben genomen om een bepaald arrangement van een deelnemer te wijzigen of om niet te voldoen aan alle gestelde randvoorwaarden. De reden hiervoor is dat er dan vanuit de hele instelling gezien een ‘beter’ rooster kan worden geëffectueerd. De individuele deelnemer vergelijkt of de afwijkingen tussen het rooster en zijn geformuleerde leervraag, het arrangement en de door hem gestelde randvoorwaarden bij acceptabel zijn voor hem. ; Kenbaar maken wel of niet accepteren rooster : Een instelling kan ervoor kiezen om een geëffectueerd rooster officieel door een deelnemer te laten accepteren. Dit kan op meerdere manieren. :* Passieve acceptatie: een deelnemer hoeft alleen kenbaar te maken binnen de gestelde termijn (XX) dat een rooster niet wordt geaccepteerd. Als het rooster wel is geaccepteerd, hoeft een deelnemer niets te doen. In het systeem worden na de gestelde termijn (XX) alle roosters waarbij niet kenbaar is gemaakt dat het rooster niet wordt geaccepteerd, op geaccepteerd gezet. :* Actieve acceptatie: een deelnemer moet binnen de gestelde termijn (XX) actief kenbaar maken of een rooster wel of niet wordt geaccepteerd. Als de deelnemer niets onderneemt, zal een instelling er na de gestelde termijn (XX) vanuit gaan dat het rooster niet is geaccepteerd. :Als een deelnemer een rooster niet accepteert, geeft de deelnemer aan waarom hij het rooster niet accepteert. ; Sturen reminder voor het accepteren rooster : Indien de instelling ervoor kiest om een deelnemer actief het rooster te laten accepteren, kan het nuttig zijn om een reminder te sturen naar de individuele deelnemer en de begeleider(s). Na een vastgestelde termijn (Y (is eerder dan termijn XX)) wordt in dat geval nagegaan welke deelnemers er nog geen keuze hebben gemaakt. Deze deelnemers krijgen een bericht met de vraag of zij zo snel mogelijk de keuze of het rooster wel of niet wordt geaccepteerd, kenbaar willen maken. De begeleiders van deze deelnemers krijgen een bericht met daarin een overzicht van alle deelnemers die nog geen keuze hebben gemaakt. ; Bevestigen acceptatie/niet acceptatie : Na de gestelde termijn (XX) bevestigt de instelling of de deelnemer het rooster wel of niet geaccepteerd heeft. :Als een instelling kiest voor passieve acceptatie en een deelnemer heeft niet kenbaar gemaakt dat het rooster niet is geaccepteerd, krijgt de deelnemer een bericht waarin staat dat de deelnemer het rooster heeft geaccepteerd en wordt verwacht bij de geroosterde onderwijsactiviteiten. :Als een instelling kiest voor actieve acceptatie en een deelnemer heeft kenbaar gemaakt dat het rooster is geaccepteerd, krijgt de deelnemer een bericht waarin staat dat de deelnemer het rooster heeft geaccepteerd en wordt verwacht bij de geroosterde onderwijsactiviteiten. :Als een instelling kiest voor actieve acceptatie en een deelnemer heeft niet kenbaar gemaakt of het rooster wel of niet is geaccepteerd, krijgt de deelnemer een bericht waarin staat dat de deelnemer het rooster niet heeft geaccepteerd, dat de begeleider hiervan op de hoogte is gebracht en dat de deelnemer verwacht wordt bij de begeleider voor een gesprek. ; Berichten begeleider : Indien een deelnemer het rooster niet heeft geaccepteerd, wordt de begeleider op de hoogte gebracht van het niet accepteren van het rooster door de deelnemer, de onderwijsproduct(en) die niet is (zijn) geaccepteerd en de reden(en). De begeleider kan een gesprek aangaan met de deelnemer om het probleem op te lossen. Er gaat een signaal naar de use case Individueel roosterprobleem oplossen. : Als een deelnemer binnen de gestelde termijn (XX) nog geen keuze kenbaar heeft gemaakt en er geldt een actieve acceptatie krijgt de begeleider ook een bericht van het niet accepteren van het rooster door de deelnemer. : Als er veel deelnemers zijn die een rooster niet accepteren of er veel deelnemers zijn die niet binnen termijn (Y) een keuze kenbaar maken, kan een instelling mogelijk een ‘acceptatieprobleem’ krijgen. Het proces van het monitoren van de acceptatie en het oplossen van een eventueel acceptatieprobleem is beschreven in de use case Monitoren acceptatie deelnemersrooster.
Definieren onderwijsproduct +Een onderwijsproduct is een activiteit die daadwerkelijk kan worden gepland en uitgevoerd. Alle onderwijsproducten samen vormen het onderwijsaanbod van de instelling. Bij de start van de ontwikkeling van een onderwijsproduct wordt een opdracht geformuleerd, waarin staat aan welke eisen dit nieuw te ontwikkelen onderwijsproduct moet voldoen. Deze eisen kunnen worden uitgedrukt in de metadata van het onderwijsproduct, bijvoorbeeld de totale studiebelasting of de relatie van het te ontwikkelen onderwijsproduct met de taxonomie. Bij het definiëren van onderwijsproducten wordt uitsluitend de informatie vastgelegd die nodig is om het onderwijsproduct te kunnen opnemen in het onderwijsprogramma en daarmee het totale curriculum te definiëren. Een onderwijsproduct verwijst naar de taxonomie, waarin de structuur en codering van de kwalificatiestructuur is beschreven. Deze structuur bestaat voor het mbo uit de kwalificaties (domein, kwalificatiedossier, kwalificatie) en de keuzedelen . Een onderwijsproduct kan zowel verwijzen naar één of meerdere onderdelen van de kwalificatie, als naar één of meerdere keuzedelen. Deze verwijzingen zijn opgenomen in de metadata van het onderwijsproduct. [[Bestand:Onderwijscatalogus en taxonomie.png|center|470px]] Het onderwijsproduct heeft in eerste instantie de status “Aangevraagd”. In het geval van een wijziging op een bestaand onderwijsproduct wordt er in de meeste gevallen en nieuwe versie aangemaakt met de status “Aangevraagd”, zodat de oude versie nog een andere status kan hebben. Zodra het onderwijsproduct nader uitgewerkt kan worden, wordt de status gewijzigd naar “In ontwikkeling”.
Definieren referentiearrangement +Een samenhangend geheel aan onderwijsproducten vormt een zinvol stuk onderwijs, bijvoorbeeld een (deel van een) opleiding of een bepaalde route door het opleidingsaanbod dat voor bepaalde deelnemers relevant is. Al deze onderdelen vormen opgeteld het curriculum van de instelling. Zo’n samenhangend geheel aan onderwijsproducten kan worden vastgelegd in de vorm van een referentiearrangement. Een referentiearrangement verwijst naar de taxonomie, waarin de structuur en codering van de kwalificatiestructuur is beschreven. Deze structuur bestaat voor het mbo uit de kwalificaties (domein, kwalificatiedossier, kwalificatie) en de keuzedelen. Een referentiearrangement kan zowel verwijzen naar één of meerdere onderdelen van de kwalificatie, als naar één of meerdere keuzedelen. Deze verwijzingen zijn opgenomen in de metadata van het referentiearrangement. [[Bestand:Onderwijscatalogus en taxonomie.png|center|470px]] Het proces om tot (een aantal) referentiearrangementen te komen is als volgt. * Grof ontwerp : Op basis van onder andere de taxonomie (het kwalificatiedossier) wordt een grof ontwerp opgesteld van de opbouw van een (deel van een) opleiding of combinatie van opleidingen. In het grof ontwerp wordt bepaald welke onderdelen van de taxonomie (het kwalificatiedossier) in welk jaar, en in welke periode worden aanboden. Deze opbouw wordt gedefinieerd in één of meerdere referentiearrangementen die samen een volledige opleiding of combinatie van opleidingen vormen. : De wettelijke normen voor onderwijstijd bepalen dat er een minimale hoeveel begeleide onderwijstijd en BPV moet worden aangeboden over de gehele duur van de opleiding. Per opleiding kan de instelling bepalen hoe deze onderwijstijd over de jaren of perioden van een opleiding wordt verdeeld. De referentiearrangementen worden zodanig ontworpen dat aan die normen wordt voldaan. : Bij de start van de ontwikkeling van een referentiearrangement wordt een opdracht geformuleerd, waarin staat aan welke eisen dit nieuw te ontwikkelen onderwijs moet voldoen. Deze eisen kunnen worden uitgedrukt in de metadata van het referentiearrangement of onderwijsproducten, bijvoorbeeld de totale studielast en de hoeveelheid begeleide onderwijstijd (BOT) en BPV, of de relatie van het te ontwikkelen onderwijs met de taxonomie. * Controle grof ontwerp op haalbaarheid : Het grof ontwerp wordt in deze stap gecontroleerd op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Daarbij wordt gekeken naar de kosten van de opleiding, het aantal verwachte studenten, de opbrengsten, de beschikbare formatie, de beschikbare huisvesting, etc. Bevindingen in deze stap kunnen ertoe leiden dat het grof ontwerp wordt aangepast of opnieuw wordt opgesteld. * Fijn ontwerp : Het grof ontwerp wordt vervolgens verfijnd naar een fijn ontwerp. Dat betekent dat elk referentiearrangement wordt uitgewerkt in de onderwijsproducten waaruit het bestaat, en hoe die onderwijsproducten logisch zijn gerangschikt in het onderwijsprogramma. Dit wordt vastgelegd in de route binnen het referentiearrangement. In eerste instantie zal de route vooral definiëren uit welke onderwijsproducten het referentiearrangement bestaat. Later, vaak pas bij het inrichten van de onderwijscatalogus, wordt ook vastgelegd dat bepaalde producten in een bepaalde volgorde moeten worden gevolgd. : Het fijn ontwerp voor een bepaalde opleiding wordt ook wel het onderwijsplan genoemd. * Ontwikkeling en vaststelling : Het referentiearrangement heeft in eerste instantie de status “Aangevraagd”. In het geval van een wijziging op een bestaand referentiearrangement wordt er in de meeste gevallen en nieuwe versie aangemaakt met de status “Aangevraagd”, zodat de oude versie nog een andere status kan hebben. Zodra het referentiearrangement nader uitgewerkt kan worden, wordt de status gewijzigd naar “In ontwikkeling”.

E

Effectueren rooster +; Definitief maken rooster : Vanuit de use case Maken rooster wordt een goedgekeurd rooster aangeleverd voor de eerstvolgende periode. Dit rooster wordt in de productieomgeving gezet en wordt daarmee het actuele rooster voor de eerstvolgende periode. ; Toewijzen middelen : De middelen die in het roostervoorstel voorlopig zijn toegewezen worden nu definitief toegewezen. In de registratie van middelen is de beschikbaarheid van de middelen hiermee aangepast. Voor de toewijzing van een BPV-plaats betekent dit dat er ook een signaal gaat naar de use case BPV-matching zodat de BPV-overeenkomst tot stand kan worden gebracht. ; Publiceren roosters voor deelnemers, docenten en staf: Alle betrokkenen van de organisatie (deelnemers, docenten en staf) worden op de hoogte gebracht van het nieuwe rooster. Dat kan via verschillende kanalen, zoals een portaal, internetsite, e-mail of een fysiek exemplaar in een vitrine of uitgedeeld aan elke deelnemer of docent, etc. Het gaat hier om een relatief grootschalige verspreiding aan dat deel van de organisatie waarop het rooster betrekking heeft. ; In gang zetten van de procedure deelnemersacceptatie: Gelijktijdig met het publiceren van het rooster wordt de procedure voor deelnemersacceptatie in gang gezet voor alle deelnemers van wie het arrangement in het rooster is opgenomen. Deze deelnemers hebben voor een van te voren vastgesteld aantal dagen de tijd om te reageren als zij oneens zijn met het aangeboden rooster. Er gaat een signaal naar de werkopdracht Deelnemer accepteert rooster. : Daarnaast wordt de deelnemersacceptatie gemonitord en wordt er eventueel actie ondernomen als de acceptatie onder een van te voren vastgestelde grens blijft. Er gaat een signaal naar de werkopdracht Monitoren acceptatie deelnemersrooster. ; Afhandelen niet-planbare arrangementen : Het uiteindelijke rooster gaat vergezeld van een diagnoserapport waarin zichtbaar is welke arrangementen niet of niet geheel planbaar zijn. Arrangementen (of delen ervan) kunnen niet planbaar zijn doordat te weinig deelnemers hiervoor kiezen of omdat er te weinig middelen (lokalen, docenten, stageplaatsen, assets) beschikbaar zijn. Deze arrangementen zijn niet, of niet geheel in het rooster opgenomen. Er gaat een signaal naar de use case Afhandelen niet planbare arrangementen. ; Aanpassen individuele arrangementen : Het uiteindelijke rooster gaat vergezeld van een diagnoserapport waarin zichtbaar is welke arrangementen zijn aangepast. Ook kunnen er individuele arrangementen zijn aangepast tijdens het roosterproces. Dit wordt ook zichtbaar als het roostervoorstel in de productieomgeving wordt gezet. Er gaat een signaal naar de use case Afhandelen niet-planbare arrangementen. ; Realisatie benodigde middelen : Het uiteindelijke rooster gaat vergezeld van een diagnoserapport waarin zichtbaar is welke middelen zijn aangepast / toegevoegd. Deze zogenaamde “fictieve” middelen moeten door een resourcemanager voor een bepaalde datum beschikbaar gemaakt worden. Er gaat een signaal naar de use case Wijzigen middelen.
Exporteren portfolio +; Exporteren portfolio : Wanneer een deelnemer de instelling verlaat, kan er een portfoliobestand worden geëxporteerd. Dit kan via een digitaal medium. Het bestand voldoet aan de afspraak NTA 2035: E-portfolio NL zodat het door een andere instelling weer kan worden ingelezen. : Het exportbestand kan bestaan uit de volgende gegevens: :* NAW Gegevens :* Ontwikkelingsvoorwaarden :* Doelen & Ambities :* Interesses :* Relaties & netwerken :* Competenties :* Activiteiten :* Producten :* Evaluaties :* Niet kwalificerende reflecties :* Kwalificerende reflecties :* Formele erkenningen : Onderstaande afbeelding geeft een globaal overzicht van de structuur van een portfolio. [[image:PortfolioStructuur.png|700px]] : De standaard voor een Export is gebaseerd op de IMS Specificatie. Onderdeel hiervan is dat de taal in XML is. Zie document: Referentie Architectuur ; Beschikbaar stellen aan andere instelling : Wanneer een deelnemer zich inschrijft bij een andere instelling neemt hij zijn portfoliobestand mee. Ook kunnen er afspraken zijn tussen beide instellingen, dat geëxporteerde portfoliobestanden kunnen worden uitgewisseld. Hiervoor is wel de expliciete toestemming van de deelnemer noodzakelijk. ; Importeren portfolio door andere instelling : De andere instelling importeert het portfoliobestand zoals beschreven in het verzamelen en importeren van instroomgegevens.
(vorige 25) (volgende 25)