Encyclopedie
Begrippenlijst

Applicaties in een servicegeoriënteerde architectuur

Uit Triple A Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een ‘applicatie’ is een centraal begrip in ICT, ook voor gebruikers. Zeker voor gebruikers zal dit begrip langzaamaan verdwijnen in een servicegeoriënteerde architectuur. En voor ICT’ers krijgt het begrip een wat andere betekenis. We zeggen hier eerst een paar algemene dingen over. Daarna gaan we in op de consequenties voor Triple A.

Applicatie is een eenheid van ontwikkeling en beheer

Een applicatie is een eenheid van ontwikkeling en beheer van software. Een sterk samenhangende hoeveelheid software wordt als een eenheid gemaakt en onderhouden. Traditioneel is er een directe relatie met de ervaring van gebruikers; die ervaren een applicatie als een reeks samenhangende schermen en functies.

In een servicegeoriënteerde architectuur vervagen applicatiegrenzen

In een servicegeoriënteerde architectuur wordt het denken in aparte, gescheiden applicaties losgelaten. De gebruikersinterface, de logica en de gegevensopslag worden niet meer als één geheel gezien, als één gesloten applicatie, geïsoleerd van andere applicaties.

In een servicegeoriënteerde architectuur is de functionaliteit ondergebracht in services. Deze services kunnen gebruik maken van gegevens uit verschillende backends en van functionaliteit en die door andere domeinen in de vorm van services beschikbaar worden gesteld. Ook de gebruikersinterface is losgekoppeld van de services. Bij Triple A gaan we uit van een portaal waarin de volledige gebruikersinterface op een geïntegreerde manier beschikbaar wordt gesteld. Zo’n portaal kan services uit verschillende domeinen (en dus ook uit verschillende applicaties) combineren in één gebruikersinterface.

Op deze manier zullen de applicatiegrenzen vervagen.

Gebruikers ervaren een geïntegreerde gebruikersinterface waarin ze gebruik kunnen maken van diensten vanuit verschillende organisatiedomeinen en applicaties. Uit welke applicatie die diensten afkomstig zijn, is voor een gebruiker steeds minder relevant.

Organisatieonderdelen beheren hun eigen (specifieke) processen

De procesdiensten zijn de meest veranderlijke onderdelen van de ICT-omgeving.

Deze ondersteunen een specifiek organisatieproces waarvan de inrichting in de loop der tijd kan wijzigen. In procesdiensten worden vaak diensten van verschillende organisatiedomeinen, en dus ook vaak van verschillende applicaties, gecombineerd.

Procesdiensten zullen dus ook steeds vaker zijn losgekoppeld van een specifieke applicatie.

De verantwoordelijkheid voor de procesdiensten moet bij de betreffende organisatieonderdelen ondergebracht worden.

Applicaties omvatten in eerste instantie gegevens, services en de interface

Applicaties, zoals bijvoorbeeld de kernregistratie deelnemergegevens (KRDKernregistratie deelnemers), omvatten in eerste instantie zowel een backend met gegevens, functionaliteit in de vorm van services, en een bijbehorende webgebaseerde gebruikersinterface. Het geheel wordt ontwikkeld en beheerd als één applicatie. Technisch is er wel de eerder beschreven duidelijke scheiding tussen gebruikersinterface, logica en data. Op basis hiervan is het al direct mogelijk om in het portaal nieuwe gebruikersinterfaces te realiseren die gebruik maken van de services van de applicatie.

11 - appinservarch.png

Herschikking applicatiegrenzen bij verdere ontwikkeling

Als de onderwijsinstellingen een servicegeoriënteerde architectuur implementeren, liggen twee ontwikkelingen voor de hand. Die worden geïllustreerd in nevenstaande figuur.

Allereerst kunnen in toenemende mate zullen applicaties eenduidig onder de verantwoordelijkheid van organisatiedomeinen gebracht worden. Er ontstaat dan een situatie zoals weergegeven in nevenstaande figuur (onder meer applicatie A t/m C.) De applicaties B en C kunnen bijvoorbeeld andere kernsystemen zijn, zoals een onderwijslogistiekHet continue proces dat er voor zorgt dat de leervraag van de deelnemers en het aanbod aan onderwijsproducten van de instelling zo goed mogelijk bij elkaar worden gebracht. Uiteindelijk zorgt de onderwijslogistiek ervoor dat onderwijsproducten daadwerkelijk kunnen worden afgenomen. Het onderwijslogistieke proces bestaat uit het samenstellen van een passend arrangement voor de deelnemers (het arrangeren) het plannen van de inzet van onderwijsproducten in tijd en plaats en het vastleggen van de deelnemers om specifieke onderwijsproducten op de gereserveerde tijden en plaatsen af te nemen (het roosteren) systeem of een systeem dat het primaire proces ondersteunt. Een logische ontwikkeling is dat de verantwoordelijkheid voor domeinoverstijgende services, de procesdiensten, belegd worden in de organisatie waar de verantwoordelijkheid voor dat proces ligt, onafhankelijk van de applicaties die de services leveren waarvan gebruik wordt gemaakt.

Naarmate het ICT landschap van een onderwijsinstelling meer servicegeoriënteerd wordt zal een applicatie steeds meer teruggebracht worden tot een verzameling services. De verantwoordelijkheid voor domeinoverstijgende diensten (procesdiensten) en de gebruikersinterfaces zullen daar los van belegd worden. Daarbij geldt dat het de voorkeur heeft om de applicatiegrenzen, de eenheid van technisch beheer en ontwikkeling, zo veel mogelijk overeen te laten komen met de organisatiegrenzen.

11 - applicatielandschap.png